Omgevingsplan

Wat staat er in een Omgevinsplan?

Gemeenten moeten vóór 2030 een Omgevingsplan hebben. De beleidskeuzes, ambities en doelen uit de Omgevingsvisie worden in de plannen verder uitgewerkt. Elke gemeente stelt één Omgevingsplan vast dat gaat over haar hele grondgebied, met daarin alle regels over de fysieke leefomgeving. Het omgevingsplan heeft een integraal karakter en omvat - net als de Omgevingsvisie - de gehele fysieke leefomgeving: bebouwing, gebruik, water, verkeer, natuur, landschap, cultuurhistorie etc.

Het Omgevingsplan vervangt alle bestemmingsplannen en verordeningen rond de fysieke leefomgeving zoals de kapverordening en monumentenverordening, en delen uit de APV (Algemene Plaatselijke Verordening) die over de fysieke leefomgeving gaan. Het Omgevingsplan regelt een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Dat wil zeggen dat de gemeente voor ieder gebied kan zeggen welke activiteiten zij wel of niet toestaat, bijvoorbeeld wonen, recreatie of bedrijvigheid. Ook geeft de gemeente aan welke regels zij aan de activiteiten stelt. De gemeente moet daarbij rekening houden met alle betrokken belangen, hieronder vallen ook zaken als natuur, landschap en duurzaamheid.

Het Omgevingsplan geeft dus aan wat ergens ‘zou kunnen’ komen, en welke gebruiksregels daarvoor gelden. Pas op het moment dat er een concreet initiatief is, een plan wordt ingediend, wordt gekeken of het ook daadwerkelijk op die locatie ‘kan’.

In het Omgevingsplan kan de gemeente ook omgevingswaarden vaststellen: meetbare doelen voor een veilige en gezonde leefomgeving, zoals luchtkwaliteit, waterkwaliteit, geur- of lichthinder. Als inwoner kun je bij je gemeente aandringen om omgevingswaarden vast te leggen of aan te scherpen.

Als in het Omgevingsplan helder en conreet staat vastgelegd welke kant de gemeente op wil met specifieke doelen, meetbaar en tijdgebonden, dan kan zij nieuwe plannen die daar niet bij passen, gemakkelijk afwijzen. Is het Omgevingsplan erg vaag, dan is dat een stuk moeilijker. Het is dus belangrijk om in het plan waardevolle zaken te beschermen, zoals bomen, stilte, landschappen, gezonde lucht, etc.

Omgevingsvergunning

De gemeente legt in het Omgevingsplan ook vast welke activiteiten vergunningplichtig zijn. Voor initiatieven en activiteiten die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving (bijvoorbeeld bouwen, kappen van bomen, houden van evenementen, gebruiken van gronden, aanmeren van boten, maken van in/uitritten) moet de initiatiefnemer vaak een omgevingsvergunning aanvragen. Het omgevingsplan geeft aan wanneer een omgevingsvergunning nodig is, of wanneer gewerkt wordt met een melding. Activiteiten die in overeenstemming zijn met het omgevingsplan zijn in principe vergunningsvrij. Dit is een belangrijk punt voor kritische inwoners en organisaties. Want tegen activiteiten die geen vergunning nodig hebben, is geen bezwaar mogelijk.

Vormvrij

Het Omgevingsplan is ‘vormvrij’, dat wil zeggen dat de gemeente zelf mag bepalen hoe het eruitziet, en hoe gedetailleerd het is. Gemeenten hebben tot 2030 de tijd om een Omgevingsplan op te stellen. De ene gemeente is hiermee verder dan de andere. Tot dit plan klaar is, vormen de huidige bestemmingsplannen en de verordeningen rond de fysieke leefomgeving het tijdelijke Omgevingsplan. Hoe de procedure van en besluitvorming over een Omgevinsgplan precies verloopt lees je in dit document.

Gemeenten moeten bekend maken als ze een Omgevingsplan gaan maken of aanpassen, en zijn verplicht daar inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden bij te betrekken: participatie. Het is de taak van de gemeenteraad om dit te bewaken.